top of page

Hoe werkt het legaliteitsbeginsel in het strafrecht?

14 okt
6 minuten om te lezen


Bij ‘legaliteitsbeginsel strafrecht’ gaat het om een belangrijke bescherming: de overheid mag gedrag niet achteraf alsnog strafbaar maken en u daarvoor bestraffen. Er moet een strafbepaling zijn die al gold toen het gedrag plaatsvond. Ook moet voldoende duidelijk zijn welk gedrag daaronder valt. Dat beschermt burgers en ondernemers tegen onvoorzienbare strafrechtelijke bestraffing.


Voor iemand die wordt verdacht, zijn dit geen abstracte regels. De datum van het vermeende feit, de precieze beschuldiging en de toen geldende wet kunnen rechtstreeks van belang zijn voor de verdediging. Dat betekent niet dat een strafzaak automatisch stopt zodra discussie ontstaat over een wetsartikel. Een advocaat moet de wettelijke grondslag, de feiten en het dossier in samenhang beoordelen. Hieronder leest u hoe dit beginsel werkt en welke vragen in uw zaak relevant kunnen zijn.


Legaliteitsbeginsel strafrecht: de wettelijke basis


De belangrijkste Nederlandse bepaling staat in artikel 1 van het Wetboek van Strafrecht:


Geen feit is strafbaar dan uit kracht van een daaraan voorafgegane wettelijke strafbepaling.


In gewone taal: voor strafbaarheid is een wettelijke grondslag nodig die aan het feit voorafgaat. Alleen de opvatting dat gedrag ongewenst, schadelijk of oneerlijk is, is daarvoor onvoldoende.


Het legaliteitsbeginsel in het strafrecht is ook vastgelegd in artikel 16 van de Grondwet. Daarnaast biedt artikel 7 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens bescherming tegen bestraffing zonder voorafgaande juridische grondslag en tegen een zwaardere straf dan destijds toepasselijk was.


De strafbepaling hoeft niet uitsluitend in het Wetboek van Strafrecht te staan. Ook bijzondere wetten, zoals de Opiumwet, bevatten strafbare feiten. Binnen wettelijke bevoegdheden kunnen bijvoorbeeld gemeentelijke verordeningen eveneens strafbare gedragingen regelen. De verdediging moet daarom nagaan welke concrete bepaling aan de verdenking ten grondslag ligt.


Vier grenzen aan strafbaarheid


Het beginsel wordt vaak uitgelegd aan de hand van vier samenhangende vereisten. De Latijnse namen komen geregeld terug in juridische stukken, maar de betekenis is praktisch:


Vereiste

Betekenis

Vraag voor de beoordeling

Lex scripta

Strafbaarheid moet berusten op een geschreven wettelijke strafbepaling.

Welke bepaling stelt het gedrag strafbaar?

Lex praevia

De strafbepaling moet al gelden wanneer het feit plaatsvindt.

Was de bepaling toen in werking?

Lex certa

Strafbaar gedrag moet voldoende duidelijk en voorzienbaar zijn omschreven.

Kon worden voorzien dat dit gedrag onder de bepaling viel?

Lex stricta

Strafbaarheid mag niet door verboden analogische uitbreiding worden aangenomen.

Past het gedrag binnen de betekenis van de strafbepaling?


Het legaliteitsbeginsel in het strafrecht verlangt geen wet die iedere denkbare situatie letterlijk opsomt. De wetgever kan algemene begrippen gebruiken. Rechters mogen die begrippen uitleggen, maar die uitleg moet passen binnen de strafbepaling en voldoende voorzienbaar zijn.


Niet weten dat iets strafbaar is, is iets anders dan een onvoldoende duidelijke strafbepaling. Een persoonlijk gebrek aan kennis van de wet maakt gedrag niet vanzelf onstrafbaar. De beoordeling gaat onder meer over de kenbaarheid van de regel en de voorzienbaarheid van de toepassing daarvan.


Wat gebeurt er als de wet later verandert?


Een nieuwe of strengere strafbepaling


Stel dat een bepaalde gedraging pas na uw handelen strafbaar wordt gesteld. Die nieuwe bepaling kan niet zonder meer worden gebruikt om het eerdere gedrag alsnog te bestraffen. Ook een later ingevoerde zwaardere straf mag niet eenvoudig op een eerder feit worden toegepast.


Daarbij telt het moment waarop het vermeende feit plaatsvond. De datum van een aangifte, verhoor of rechtszitting bepaalt niet welke strafbepaling destijds gold. Bij gedrag dat over een langere periode plaatsvindt, kan een beoordeling per handeling of periode nodig zijn.


Een gunstigere regeling


Het legaliteitsbeginsel in het strafrecht heeft ook betekenis wanneer de wet na het feit gunstiger wordt. Artikel 1 lid 2 van het Wetboek van Strafrecht bepaalt dat bij verandering van wetgeving de voor de verdachte gunstigste bepalingen worden toegepast.


Of een wijziging voor uw zaak relevant is, vraagt om een inhoudelijke vergelijking. Het kan bijvoorbeeld gaan om een lagere strafbedreiging of een gewijzigde omschrijving van het strafbare feit. Niet iedere verandering van een uitvoeringsregel of procedure heeft dezelfde gevolgen. Laat daarom beoordelen welke regeling geldt en of de wijziging daadwerkelijk gunstiger is in uw situatie.


Kan een bestaande wet ook nieuw gedrag omvatten?


Nieuwe technologie leidt regelmatig tot nieuwe manieren van handelen. Toch hoeft voor iedere nieuwe werkwijze niet eerst een afzonderlijk strafbaar feit te worden ingevoerd. Een bestaande strafbepaling kan ook een nieuwe verschijningsvorm van gedrag omvatten.


Het verschil zit tussen uitleg van een bestaande bepaling en uitbreiding naar gedrag dat daarbuiten valt. Bij uitleg onderzoekt de rechter bijvoorbeeld de tekst, de betekenis van gebruikte begrippen en eerdere rechtspraak. Het gedrag mag niet alleen strafbaar worden verklaard omdat het lijkt op iets wat wel strafbaar is.


Het legaliteitsbeginsel in het strafrecht stelt dus grenzen aan de toepassing van oude regels op nieuwe situaties. De stelling ‘dit staat niet letterlijk zo in de wet’ is op zichzelf onvoldoende. Beslissend is of het gedrag binnen een juridisch houdbare en voldoende voorzienbare uitleg valt.


Een reparatiegeschil is niet vanzelf een strafzaak


Een reparatieafspraak voor een telefoon, bijvoorbeeld voor iPhone-reparaties in Marktredwitz, is een herkenbaar voorbeeld van dienstverlening. Het volgende juridische voorbeeld is volledig fictief, betreft Nederlands recht en heeft geen betrekking op deze aanbieder.


Een Nederlandse klant betaalt voor een reparatie, maar vindt dat deze verkeerd is uitgevoerd. Dat kan een civielrechtelijk geschil opleveren over de overeenkomst, de kwaliteit van het werk of eventuele schade. Een tekortkoming in een overeenkomst betekent echter niet automatisch dat sprake is van oplichting.


Voor oplichting moeten de wettelijke bestanddelen worden onderzocht, waaronder het vereiste oogmerk en de in de strafbepaling omschreven misleidingsmiddelen. Een slechte uitvoering of het niet nakomen van een afspraak bewijst die bestanddelen niet op zichzelf. Bij bijkomende feiten kan de beoordeling anders uitvallen.


Het legaliteitsbeginsel in het strafrecht voorkomt dat het etiket ‘fraude’ de wettelijke toets vervangt. Voor ondernemers en particulieren is dit onderscheid belangrijk: een civiele vordering en een strafrechtelijke beschuldiging hebben verschillende voorwaarden. Beide trajecten kunnen naast elkaar spelen, maar vragen ieder om een eigen beoordeling.



Hoe onderzoekt een advocaat de wettelijke grondslag?


Een strafrechtadvocaat kijkt niet alleen of er een strafbepaling bestaat. Die moet ook aansluiten bij het verweten gedrag en de relevante periode. Vervolgens moet worden onderzocht wat het Openbaar Ministerie precies moet bewijzen.


Voor die beoordeling zijn doorgaans de volgende vragen belangrijk:


  • De beschuldiging: welk concreet gedrag wordt u verweten en op welke strafbepaling berust dat?

  • De datum: wanneer zou het feit zijn gepleegd en welke versie van de regeling gold toen?

  • De bestanddelen: welke onderdelen van het strafbare feit moeten worden bewezen?

  • De wetsgeschiedenis en rechtspraak: hoe wordt de bepaling uitgelegd en was die toepassing voorzienbaar?

  • Eventuele wijzigingen: is de regeling later veranderd en heeft dat gevolgen voor uw zaak?


Het legaliteitsbeginsel in het strafrecht staat daarbij naast andere verdedigingsvragen. Ook de betrouwbaarheid van bewijs, de vereiste opzet of schuld en mogelijke strafuitsluitingsgronden kunnen relevant zijn. Een bezwaar tegen de wettelijke grondslag vervangt die beoordeling niet.


Heeft u een uitnodiging voor een verhoor, een strafbeschikking of een dagvaarding ontvangen? Bewaar deze stukken en bespreek tijdig welke stappen nodig zijn. In onze uitleg over de werkzaamheden van een strafrechtelijke advocaat in elke fase van uw zaak leest u hoe juridische bijstand daarbij kan helpen.


Geldt legaliteit ook voor de strafprocedure?


Naast de vraag welk gedrag strafbaar is, bestaat een afzonderlijke vraag: hoe mag de overheid een strafzaak onderzoeken en behandelen? Artikel 1 van het Wetboek van Strafvordering bepaalt dat strafvordering alleen plaatsvindt op de wijze die bij de wet is voorzien.


Dat gaat over procedurele bevoegdheden en waarborgen, niet rechtstreeks over de strafbaarheid van het gedrag. Een discussie over een doorzoeking of verhoor is daarom iets anders dan een beroep op artikel 1 van het Wetboek van Strafrecht. De gevolgen van een eventuele procedurele fout hangen af van de toepasselijke regels en de omstandigheden.


Bij twijfel over uw positie is het verstandig te bespreken wanneer u een strafrechtadvocaat inschakelt. Wacht daarvoor niet uitsluitend op de inhoudelijke behandeling door de rechter.


Veelgestelde vragen over het legaliteitsbeginsel in het strafrecht:


Kan gedrag strafbaar zijn als het niet letterlijk in de wet staat beschreven? Ja, een wettelijke omschrijving kan meerdere concrete situaties omvatten. Het legaliteitsbeginsel in het strafrecht vereist wel dat de toepassing binnen de betekenis van de bepaling past en voldoende voorzienbaar is. Laat de concrete beschuldiging door een advocaat beoordelen.


Leidt een geslaagd beroep op het legaliteitsbeginsel tot vrijspraak? Niet noodzakelijk. Als het ten laste gelegde feit niet bewezen wordt, volgt vrijspraak. Is het feit wel bewezen maar levert het geen strafbaar feit op, dan kan ontslag van alle rechtsvervolging aan de orde zijn. Het verschil hangt af van de inhoud en beoordeling van de beschuldiging.


Is een wetswijziging tijdens mijn strafzaak automatisch gunstig? Nee. De inhoud van de wijziging en de toepasselijke regels moeten worden vergeleken. Een andere formulering betekent niet vanzelf dat uw gedrag niet meer strafbaar is of dat een lagere straf geldt.


Geldt deze bescherming ook voor minderjarigen? Ook binnen het jeugdstrafrecht is een wettelijke grondslag voor strafbaarheid nodig. Daarnaast gelden specifieke regels voor de behandeling van de zaak en mogelijke sancties. De juiste aanpak hangt onder meer af van de leeftijd, de feiten en het dossier.


Laat uw verdenking en wettelijke positie beoordelen


Twijfelt u of de beschuldiging aansluit bij de wet die destijds gold? Janssen Van den Biezenbos Advocaten ondersteunt particulieren en ondernemers in strafzaken, vanaf het politieverhoor tot de behandeling door de rechter.


U werkt met één vaste advocaat als aanspreekpunt. Samen bespreekt u de juridische mogelijkheden, relevante risico’s en verwachte kosten. Het kantoor is gevestigd in Eindhoven en biedt waar nodig ook ondersteuning buiten de regio. Een gesprek kan op kantoor, telefonisch of digitaal plaatsvinden.


Neem contact op met Janssen Van den Biezenbos Advocaten om uw situatie te laten beoordelen. Deze informatie is algemeen en vervangt geen juridisch advies op basis van uw feiten, documenten en termijnen.

Janssen Van den Biezenbos Advocaten
Stratumsedijk 50 C
5611 NE Eindhoven

​

📞 040 293 02 08
✉️ info@jvdb-advocaten.nl

Directe bereikbaarheid

Ton: 06 108 986 65

Linda: 06 208 352 09

Bart: 06 539 423 36

© 2025 by Janssen Van den Biezenbos. 

bottom of page